Techniek en Tips
Waarschuwing voor Q koorts
Door Burt Klos
Fietsers doen er verstandig aan om met name in het voorjaar geiten bedrijven met Q koorts in de regio te mijden.
In het voorjaar als er veel geiten worden geboren kan er zoals elk jaar weer een risico zijn om besmet te raken met Q koorts.
De bacterie gaat via de lucht vanuit besmette boerderijen over weilanden naar wegen waar fietsers besmet kunnen raken door deze bacterie.
Om deze reden publiceert het RIVM al jaren lijsten met risico bedrijven en adressen.
Op www.rivm.nl/q-koorts staat een kaart met de gebieden waarin zich besmette bedrijven bevinden. Hoe dichter bij het bedrijf, hoe groter de kans op het inademen van de bacterie.
De bacterie komt in de lucht tijdens het lammeren van besmette geiten en schapen. Er is beschreven dat de bacterie over afstanden van kilometers kan verwaaien.
Aangenomen wordt dat er een verhoogde kans is op het oplopen van Q-koorts in een cirkel van 5 km rond een besmet bedrijf. Hoe groter de afstand, hoe kleiner de kans.
Sporters, die zich rennende en fietsende in de nabijheid van besmette bedrijven begeven lopen een verhoogd risico om de bacterie in te ademen.
Op de bedrijven zelf maken de mensen gebruik van mond maskers.
Q koorts kan alleen van dieren naar mensen worden overgedragen en is met name in de regio Zuid Oost Brabant de laatste jaren zeer actief aanwezig geweest.
RIVM verwacht dat door vaccinatie van dieren het risico in 2012 weer minder zal zijn dan in de voorgaande jaren.
Toch staat er nog steeds een lijst van met name Brabantse bedrijven met Q koorts op de lijst van RIVM.
Klik op onderstaande links voor die informatie.
Adres locaties besmette bedrijven Q-koorts
Kaart overzicht besmettingen Q-koorts
Training voor de wielertoerist
Door Pieter Rooijackers
Wielertraining is er niet alleen voor de competitieve renners. Naast deze groep zijn er heel wat wielerliefhebbers die zeer fanatiek met hun sport bezig zijn zonder dat ze zich expliciet met anderen willen meten. De prestaties die zij leveren mogen evenwel gezien worden; denk maar aan de toertochten en klassiekers voor wielertoeristen. Het gaat hier om tochten die dikwijls meer dan
De winterperiode (december –maart)
We gaan ervan uit dat deze groep wielertoeristen een normaals beroepsleven heeft, en dat er in hoofdzaak tijdens de weekends degelijk getraind kan worden. Een groot deel van de trainingen zal zich, wegens de koude en natte weersomstandigheden tijdens de winter, op de tacx trainer of op het sportcomplex / Spinning afspelen. Het totale trainingsvolume ligt uiteraard ook veel lager dan bij de amateurs en bij de prof wielrenners. Maar wil men tijdens de zomermaanden goed uit de verf komen op de grote ritten waarvoor hiervoor sprake was, dan mag de fietstraining tijdens de winter niet verwaarloosd worden. Bij voorkeur moeten er enkele accenten gelegd worden. De accenten tijdens de winterperiode zijn * souplesse training * krachttraining, vooral specifiek * het gedeeltelijk opdrijven van het trainingsvolume
Souplessetraining
Souplessetraining kan het best uitgevoerd worden op een Tacxtrainer of Spinningfiets
Krachttraining
Wanneer wegens tijdgebrek gekozen moet worden tussen de algemene en de specifieke krachttraining, dan verdient de specifieke krachttraining de absolute voorkeur. Algemene krachttraining is slechts nuttig als aanvulling op de specifieke training.
-
aantal omwentelingen / minuut 40 tot 60
-
intensiteit onder omslagpunt (wanneer ‘ verzuring’ optreedt)
Opdrijven van het trainingsvolume
Het is vooral tijdens de weekends dat er tijd vrijgemaakt kan worden om een zeker trainingsvolume op te bouwen. In een eerste fase tot eind januari volstaat duurtraining tijdens het weekend. Het volume wordt geleidelijk opgevoerd van 2 tot 4 uur. Het accent ligt ook hier op souplessetraining en de intensiteit blijft steeds relatief laag. De koude en natte weersomstandigheden maken het dikwijls moeilijk om op regelmatige basis op de weg te trainen. Een alternatief vindt men soms in het mountainbiken. Door het feit dat snelheid wat lager ligt dan op de weg treedt er minder afkoeling op. Dergelijke toertochten zijn daarom tijdens de winter heel wat aangenamer dan de lange trainingen op de weg. Het gevaar schuilt hier echter in de intensiteit. Er wordt meestal gereden met een veel hogere hartslag dan tijdens wegtrainingen. De ervaring leert dat de wegrenners tijdens het grootste gedeelte van de toertocht in het rood rijden. Dergelijke trainingen zijn niet erg bevorderlijk voor het opdrijven van het aerobe uithoudingsvermogen. Controle van de hartslag tijdens inspanning kan echter voor oplossing zorgen. Vanaf februari kan dan tijdens het weekend, bij aanvaardbare weersomstandigheden, een 2de duurtraining worden ingelast. Ook kunnen vanaf nu tijdens een van de duurtrainingen enkele aerobe prikkels uitgevoerd worden. Dit betekent dat na een degelijke warming up gedurende
De zomerperiode (april – september)
Voor de meeste wielertoeristen blijft het wachten op het warmere en drogere weer om het trainingsvolume op te drijven. In eerste instantie moet nog steeds de trainingskwantiteit blijven voorgaan op de trainingskwaliteit, al hoewel al regelmatig getraind mag worden in de zone van de intensieve duurtraining. Meestal vertaalt zich dat in groepstraining waarbij regelmatig in een stevig tempo op kop van de groep wordt gereden. Aangezien de training sterk wordt opgedreven, moet er ook voldoende aandacht blijven voor herstel. Training rendeert immers pas na voldoende herstel.
Sporten uit gezondheidsoverwegingen vereist immers bijna uitsluitend aerobe inspanningen. Dit wil zeggen dat de fietsintensiteit bijna steeds relatief laag moet liggen, en dat de trainingsvooruitgang vooral moet bestaan in het geleidelijk opdrijven van de trainingsomvang. Het gevaar voor deze wielertoeristen ligt nu vooral in het feit dat de groep waarmee ze fietsen meestal heterogeen is wat betreft leeftijd en prestatieniveau anders niet gedwongen te worden tot nodeloze en misschien minder gezonde inspanningen, is het echt raadzaam om steeds te fietsen met renners van gelijk niveau (onderverdeling in niveaugroepen).
Het is ook duidelijk dat een hartslagmeter niet alleen voor de competitieve renner, maar ook voor de modale wielertoerist een bijzonder nuttig instrument kan zijn.
Meestal fiets je in een groep. Bij een valpartij moet je als eerste de veiligheid van de groep en slachtoffer(s) waarborgen door verkeersregelaars aan te stellen. Daarna bepaal je pas de toestand van de slachtoffer(s). Valt het erg mee en is het materiaal nog okay, dan stap je weer op de fiets en wordt het tempo van de groep aangepast of kachel je onder begeleiding naar huis.
Is iemand bewusteloos geweest en/of heeft deze te veel last om weer op te stappen, of het materiaal is kapot: privé op laten halen en in geval van kortdurende bewusteloosheid een nacht elke twee uur wakker maken. Lukt het niet om de persoon goed wakker te krijgen, bel dan de dokterspost of 112.
Bij twijfel over de ernst van de verwondingen bel je altijd 112 om een ambulance te bestellen. Blijft het slachtoffer bewusteloos, dan in stabiele zijligging leggen en mond controleren of de luchtweg vrij is (denk aan een kunstgebit). Klaagt het slachtoffer over pijn in de nek of rug: niet verplaatsen (in verband met wervelbreuk), maar wat ondersteunen (bijvoorbeeld met behulp van regenjasjes) tot de ambulance is gearriveerd.
Snel herstel
Ben je met de ambulance opgehaald dan wijst het zich allemaal vanzelf en kun je de volgende tips in een later stadium ook nog toepassen. Als je op eigen kracht bent thuis gekomen, al dan niet met de bezemwagen, dan zul je kneuzingen en schaafwonden hebben. Hoe kun je deze het beste behandelen?
Schaafwonden verzorg je door tijdens het douchen de wonden goed schoon te spoelen om het vuil te verwijderen (niet te zachtzinnig!) daarna drogen en eventueel ontsmetten met chloorhexidine. Het beste is om de wonden aan de lucht te laten drogen. Op plaatsen waar dat niet lukt, door bijvoorbeeld knellende kleding, leg er dan vette gazen op (10 bij 10 cm), dek het af met droge gazen( 10 bij 10 cm) en zet die vast met hypoallergeen tape (bijv. Leucopor of Leucosilk). Kleine wondjes kun je met verbandspray afdekken. Tetanusvaccinatie: als je als kind volledig gevaccineerd bent, hoef je maar eens in de tien jaar eenmalig opnieuw gevaccineerd te worden. Dit kun je bij de huisarts laten doen.
Kneuzingen koel je met een uitgewrongen natte theedoek met daarin ijsblokjes of een Hot-Cold Pack uit de vriezer (te koop bij drogist of apotheek). Liefst elk uur koelen tot het goed koud aanvoelt. De dag erna ook nog koelen als je de gelegenheid hebt. De volgende homeopathische middelen zet ik vaak in om het herstel te bespoedigen: blauwe plekken verdwijnen sneller als je er Arnica zalf op smeert, kneuzingen herstellen sneller met Traumeel-tabletjes (drie maal per dag één tablet en Spiroflor SRL gelei drie maal per dag smeren). Als je de volgende dagen tóch te veel pijn houdt, ga dan alsnog naar de huisarts, die dan waarschijnlijk zal voorstellen röntgenfoto’s te maken.
Als het weer een klein beetje gaat, stap dan gewoon weer op de fiets anders zou de boel maar gaan vast roesten! Mocht je na drie à vier weken het gevoel hebben dat er geen vooruitgang in zit, of nieuwe klachten zijn ontstaan, dan zijn er door de valpartij mogelijk gewrichtblokkades gevormd die dan in een of twee keer losgemaakt moeten worden. Zoek bij jou in de buurt een manueel therapeut of een arts voor OrthoManuele geneeskunde (www.romg.nl).
Preventie
Zorg dat er in een groep altijd mobiele telefoons zijn. Ga je alleen fietsen, neem dan altijd een mobieltje mee waarin je een ICE-nummer hebt geprogrammeerd (In Case of Emergency te bellen nummer).(Zie onderstaand artikel "Altijd je gegevens bij de hand") Politie en ambulance zoeken ernaar voor het geval je zelf niet aanspreekbaar bent.
Een ongeluk zit in een klein hoekje, tijdens de training, toertocht of cyclo’s wil je niet onderdoen voor je mede fietsers (of de passerende brommer…) en wordt het vaak “koersen” op de openbare weg. De aandacht is gericht op bijblijven (achterin) of tempo opschroeven (voorin), de vermoeidheid neemt toe, je raakt uitgedroogd en de koolhydraten raken op. Gevolg:
• het inschattingsvermogen verandert
• je neemt méér risico’s
• openingen en passages worden geforceerd
• je denkt alleen nog aan jezelf
• obstakels worden niet goed meer aangegeven
• coördinatievermogen daalt en de rompspieren kunnen de romp niet meer stilhouden
• stuurkunst meent af: sturen gaat ongecontroleerd en er wordt geslingerd
• het inschatten en doseren van het remmoment en de remkracht raakt ontregeld, waardoor remfouten gemaakt worden
• je raakt geërgerd, waardoor je aandacht afgeleid wordt.
Door al deze factoren neemt het risico op een valpartij enorm toe. Ontstaat er inderdaad een valpartij naast of achter je, kijk dan niet om, want dan lok je een tweede valpartij uit. Val je tóch, dan ben je blij met de helm die je altijd draagt.
Dus: je bent je bewust van het feit dat je op de openbare weg fietst. Je neemt geen risico’s en als je merkt dat je dat toch doet, moet je besluiten te lossen. Blijf je altijd bewust van degenen die naast en achter je fietsen en houd netjes je lijn, ook in de bocht.
Tekst: Rob Barthels
Fietstechniek
Diverse fietssites op internet geven allerlei adviezen. Hiervan heb ik een collectie samen gesteld waarvan, mijns inziens, goede tips zijn voor ieder en zeker de minder ervaren fietser zijn voordeel mee kan doen.
De fietshandelaar, maar natuurlijk ook eigen ervaren leden, kunnen hierbij uitstekend adviseren. Tijdens de tochten de handen bij de remgrepen, afhankelijk van waar je fiets. Dit is zeker in het begin van belang omdat er dan nog een zekere onrust in de groep is. Ook bij hoog tempo is het belangrijk om snel te kunnen reageren.
Tempo
Hier ligt één van de grootste problemen bij het fietsen in groepsverband. Veel, ook ervaren fietsers, zijn niet in staat om meteen regelmatig tempo te fietsen waardoor er onrust in de groep ontstaat! Let maar eens op hoe vaak er een half wiel voor of achter de buurman (vrouw) gefietst wordt! Er ontstaat dan een zg." jojo-gedrag" en de hele rij verschuift een halve meter t.o.v. de andere rij. Houd dus een zo regelmatig mogelijk tempo aan en blijf gelijk met de buurman (vrouw) fietsen dit bevordert de rust in de groep!
Bochten rijden.
Houd zoveel mogelijk dezelfde snelheid aan als je voorligger en probeer zo weinig mogelijk te remmen. Wees niet bang dat je zal vallen, bedenk dat de snelheid waarmee wedstrijdrijders (-sters) door bochten gaan veel hoger is dan de snelheid waarmee wij fietsen en dat er dus een ruime marge is voordat je kan gaan schuiven. Ook hier geldt weer, hoe minder je gedrag afwijkt van de rest van de groep des te rustiger en dus veiliger wordt er gefietst. De voorsten voeren de snelheid weer rustig op na de bocht zodat de laatste weer kunnen bijkomen want deze verliezen altijd meer snelheid.
Waaier rijden.
Eigenlijk niet toegestaan omdat je van de gehele weg gebruik maakt! Het in waaier rijden komt alleen voor bij tegenwind schuin opzij, de eerste rijder gaat zoveel mogelijk links of rechts rijden (afhankelijk van de windrichting) de 2de rijder gaat daar dan schuin achter fietsen totdat deze geen of weinig wind meer voelt de 3de en volgende idem. Bij het wisselen laat de eerste rijder zich zakken, de 2de rijder gaat naar de buitenkant en degene die van kop kwam sluit achter weer aan.
Verzet
Hierover wordt veel gesproken maar vaak ten onrechte. Vaak wordt dit getrokken in een sfeer van prestatie in plaats van rendement. Met welk verzet fiets jij, met 52x15? dan moet de ander denken dat hij of zij dat ook moet kunnen ONZIN!! Het gaat niet om het verzet maar of je het tempo bij kunt houden of niet! Hoe zwaarder het verzet des te eerder heb je (knie)problemen, wacht zo'n probleem niet af, later krijg je spijt.
Een redelijk verzet is 52 tanden voor en 18 achter. Even wat cijfers om de samenhang te zien. Een goed getrainde fietser(ster) kan op de vlakke weg fietsen met een trapasomwenteling van 90-100 per minuut. Bij lange klimmen ligt dit beduidend lager! De kunst is nu om een verzet te vinden waarbij het aantal omwentelingen, waarbij je zelf lekker fietst, zo constant mogelijk wordt gehouden.
De minste weerstand en dus ook slijtage heb je als de kettinglijn zo recht mogelijk loopt, zorg er dus voor dat het achtertandwiel dat je het meeste gebruikt ongeveer in het midden van de set tandwielen zit.
Draag een valhelm, hoofdzaak!
Wees correct tegenover elkaar en andere weggebruikers.
Schelden helpt nooit! Vriendelijkheid wel!
Als we voorrang krijgen waarop we geen "recht" hebben, geef dan even een bedankje, dit geeft de andere weggebruiker een "goed gevoel" en hij of zij zal dit vaker doen. Bedenk dat andere verkeersdeelnemers een fiets associëren met "langzaam" en mede daarom onze snelheid verkeerd inschatten, met alle gevolgen! Als je ziet dat het tempo te hoog ligt voor een van de anderen, neem dan zelf het initiatief door te vragen het tempo te laten zakken en houdt hem of haar uit de wind. Sportiviteit!
Indien er een griepepidemie heerst
Sporters opgelet dan!
Sporten en griep: 10 aandachtspunten!
Door dr Burt Klos
Het NIVEL spreekt van een epidemie als twee weken achter elkaar het aantal griepgevallen boven de zestig op de honderdduizend inwoners uitkomt.
De Vereniging voor Sportgeneeskunde heeft 10 punten opgesteld waar de sporter op moet letten bij sporten met een griep. Een griepepidemie betekent dat verkoudheden, griepaanvallen en andere infectieziekten weer in groten getale de kop kunnen opsteken. Ofschoon de niet-sporter al gauw zal zeggen dat het niet verstandig is om te sporten als je ziek bent, leeft de vraag onder fanatieke sporters wel degelijk. Wij zijn toch allemaal ongeveer 3 tot 4 maal per jaar verkouden en als dat moment samen valt met sportieve plannen moet je toch een keuze maken.
Een luchtweginfectie is vrijwel altijd een virusinfectie die zich kan manifesteren als een eenvoudige neusverkoudheid, maar ook als een veel ernstiger beeld zoals een longontsteking of een zware griep. Voordat een advies gegeven wordt, moet er onderscheid worden gemaakt tussen een infectie met algemene verschijnselen zoals koorts en spierpijn, of een infectie die zich beperkt tot lokale verschijnselen boven de nek zoals keelpijn, loopneus, hoofdpijn.
10 aandachtspunten voor sporters met griepverschijnselen:
1. Bij koorts, spierpijn en een verhoogde hartslag in rust wordt afgeraden te sporten in welke vorm dan ook;
2. Het vroegere geloof dat een verkoudheid of griep "eruit gezweet kon worden" wordt afgeraden;
3. Aangezien virusinfecties niet behandeld kunnen worden met antibiotica zit er niets anders op dan goed uit te zieken. Daarbij kan als stelregel gebruikt worden dat, als de koortsperiode bijvoorbeeld 4 dagen bedroeg, vervolgens nog 4 dagen gewacht moet worden alvorens weer rustig te gaan sporten;
4. Ook andere virussen dan het griepvirus kunnen koorts en spierpijn veroorzaken, bijvoorbeeld virussen die darminfecties met diarree veroorzaken. Ook hierbij geldt een absoluut sportverbod;
5. Alleen bij een simpele neusverkoudheid mag gewoon door getraind worden. Hierbij zal in de regel geen echte koorts optreden en geen spierpijnachtige klachten. Als de klachten dus beperkt blijven tot een zere keel, hoesten en een loopneus, kan er gewoon doorgesport worden;
6. Verder moet er bij een verkoudheid met alleen lokale verschijnselen in de eerste drie dagen alleen rustig en niet te intensief worden getraind;
7. De beslissing om al of niet te gaan sporten neemt u altijd voordat u een koortsverlagend middel of pijnstiller hebt genomen zoals aspirine of paracetamol;
8. Indien er alleen lokale klachten zijn mag tegen de hoofdpijn overigens wel een pijnstiller middel worden genomen en gesport worden;
9. Indien de verkoudheid leidt tot een voorhoofdsholteontsteking, zal sporten extra hoofdpijnklachten veroorzaken en is dan ook niet aan te raden;
10. Ook bij bronchitis zal inspanning leveren moeilijk worden, ook al omdat de functie van de longen dan gestoord is en de zuurstofaanvoer belemmerd wordt.
Regelmatig sporten verhoogt de weerstand. Alleen tijdens en kort na intensieve inspanning is de weerstand tijdelijk verminderd. Op dat moment ben je vatbaarder voor infecties, zoals de griep. Bovendien kom je bij veel sporten in nauw contact met medesporters, die ziektekiemen kunnen overdragen. Hopelijk zal niemand het in zijn hoofd halen om met een fikse griep te gaan sporten!
Deze informatie is tot stand gekomen in samenwerking met Frank Nusse. Frank Nusse is bondsarts van de Koninklijke Nederlandse Schaatsbond en o.a. werkzaam voor SMA Alkmaar en omstreken.
Achtergrondinformatie
Het is belangrijk dat iedereen zich afvraagt of men op een verantwoorde en gezonde manier sport of beweegt. Hierbij maakt het niet uit of men een beginnende, recreatieve of prestatiegerichte sporter is. Sportzorg biedt via haar website www.sportzorg.nl laagdrempelige informatie voor iedereen over uiteenlopende onderwerpen als:
· Advies over een goede voorbereiding, over blessures en beperkingen, over voeding en sportmateriaal;
· Informatie over de vorm van sporten en bewegen die past bij een specifieke gezondheidssituatie of bij eventuele beperkingen;
· De mogelijkheid om via een eenvoudige vragenlijst te checken of men een verhoogd risico loopt op hartproblemen;
· Verwijzingen naar een sportarts bij een Sport Medische Instelling (SMI) of andere sportprofessionals in de buurt.
Sportzorg.nl is een samenwerkingsverband tussen de Vereniging voor Sportgeneeskunde, de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid Milieu. De ontwikkeling van de site is mogelijk gemaakt door het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport.



